Modern

De identiteit van Modern is beschreven in de welstandsnota 10. Modern.

U wordt geĆÆnformeerd over het profiel van Modern, de architectuur en wat de welstandsnota wil bereiken met de voorwaarden die zij stelt aan bouwen en verbouwen in Modern.

Voorwaarden modern

Op deze pagina staan de voorwaarden in eenvoudiger taalgebruik. De stadsbouwmeester toetst de aanvragen aan de vastgestelde welstandsnota en de daarin vastgestelde voorwaarden. Alle vastgestelde voorwaarden waaraan de stadsbouwmeester toetst, vindt u bij 'meer informatie'.

Algemeen

  • De algehele verschijningsvorm van elk gebouw moet een hoge architectonische ambitie en allure uitstralen.
  • Materialen moeten van hoge kwaliteit zijn.
  • Gebouwen moeten naar alle zijden die grenzen aan het openbare gebied positief bijdragen aan de levendigheid en sfeer.
  • Parkeren, garage-inritten, laad- en losruimten, technische installaties en opslag moeten uit het zicht of inpandig worden opgelost.

Ligging

  • Gebouwen moeten op hun onderste laag een positieve uitstraling naar de openbare ruimte hebben, zoals leef- en/of werkruimtes.
  • Gebouwen mogen binnen de straat sterk afwijken in architectuur en bouwstijl.

Massa en vorm

  • Het bouwvolume moet een samenhangende compositie vormen met naastgelegen bouwvolumes.
  • Nieuwbouw moet qua vormgeving bijdragen aan het behoud of herstel van oorspronkelijke kwaliteiten en architectuur.
  • Ingrepen op de onderlaag moeten de relatie tussen binnen en buiten verbeteren en de levendigheid van de onderlaag vergroten.
  • Woningen moeten een herkenbare functionele opbouw hebben.
  • Kapvorm intact houden.
  • In de wijk Veldzicht dienen grote raamvlakken en houten gevelelementen te worden behouden.
  • Bij etagewoningen dienen de entree en de balkons als architectonisch herkenbare accenten vormgegeven te worden.
  • Veranderingen, toevoegingen en uitbreidingen moeten in ontwerp, belijning, maatverhouding en materiaal inspelen op
  • de oorspronkelijke stijlkenmerken van het gebouw en de collectieve esthetische kwaliteit verbeteren/ondersteunen/behouden.

Detaillering

  • Gebouwen mogen onderling afwijken in architectuur en bouwstijl.
  • Gebouwen moeten zich met hun entree duidelijk naar de straat of openbare ruimte presenteren.
  • Gebouwen moeten aan alle zijden die grenzen aan het openbare gebied een representatieve gevel hebben.
  • De gevel in het centrumgebied moet op de onderste lagen een verbijzonderde architectuur hebben.
  • De gevel in het centrumgebied moet aan zijden die op maaiveld grenzen aan het openbare gebied in architectuur een relatie tussen binnen en buiten maken.
  • Alle gevels van de gebouwen die grenzen aan openbaar gebied moeten van gelijkwaardige en verzorgde kwaliteit zijn.
  • Vormgeving van gevels en daken moeten afgestemd zijn op de in de omgeving aanwezige bebouwing of in stijl van het desbetreffende pand.
  • Balkons en terrassen moeten hoofdonderdeel zijn van de architectuur.
  • Individuele ingrepen aan de balkons en terrassen op de verdiepingen zijn toegestaan, mits duurzaam uitgevoerd.
  • Zonwering en hemelwaterafvoeren moeten in de architectuur worden mee-ontworpen.
  • Ontwerpaandacht voor details die een onderdeel vormen van de samenhangende geveldelen, is vereist.
  • Wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl en afwerking afgestemd op het bouwblok; de oorspronkelijke detaillering moet behouden blijven.
  • Kleine bouwwerken die direct aan de openbare straat grenzen, zoals wintertuinen, serres, fietsenstallingen, portiersloges, drooglopen en dergelijke moeten van de hoogste architectonische kwaliteit zijn.
  • De gevelcompositie en de herhaling daarvan in een blok moet behouden blijven.
  • Gevelopeningen mogen niet dichtgezet worden. Kozijnindelingen van grondgebonden woningen zijn vrij.
  • Deuren naar parkeergarages, parkeergarage-inritten, opslagruimten, bergingen, laad- en losruimten en andere utilitaire ruimten moeten van verzorgde kwaliteit zijn en bijdragen aan de architectuur van de onderlaag.

Materiaal- en kleurgebruik

  • Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen, beton, stucwerk, hout en met houten kozijnen.
  • Materialen moeten bij voorkeur in hun natuurlijke kleur worden toegepast.
  • Materiaal- en kleurgebruik is per bouwblok in samenhang.
  • Plaatmateriaal afgestemd op de architectuur alleen gebruiken als invulling van het balkonhekwerk of gevelpui.
  • Hellende daken zijn voorzien van donkere rode, (donker)grijze of oranje keramische dakpannen en incidenteel voorzien van natuurlijke groendaken.
  • In de wijk Veldzicht handhaven van het vegetatiedak op en bij de woning.
  • Het kleurgebruik is terughoudend, geen felle kleurcontrasten en een beperkt palet.
  • Het materiaal- en kleurgebruik van bijgebouwen en op-, aan- en uitbouwen is aangepast aan het cluster.
  • Toegepaste materialen moeten een duurzame kwaliteit hebben.

Erfafscheidingen

  • Erfafscheiding bestaat bij voorkeur uit een open constructie.
  • Erfafscheidingen moeten duurzaam zijn en in kleur- en materiaalgebruik aansluiten bij het gebouw.
  • Entreepartijen, collectieve tuinen en terrassen op maaiveld moeten bijdragen aan de omgevingskwaliteit van het omringende gebied.
  • Erfafscheidingen en hekwerken van het gebouw aan de openbare ruimte moeten qua vormgeving en materialen samenhangen met het gebouw en bijdragen aan de omgevingskwaliteit.
  • Erfafscheidingen langs particuliere tuinen die aan de openbare ruimte grenzen, moeten in materiaal, kleur en vorm aansluiten bij de architectuur van het gebouw en bijdragen aan de omgevingskwaliteit.

Bijzondere gebouwen

  • Winkelcentra, scholen en andere gebouwcomplexen met publieke of commerciĆ«le functies moeten aansluiten bij de architectuur.
  • Deuren naar parkeergarages, parkeergarage-inritten, opslagruimten, laad- en losvoorzieningen, afval- en materiaalopslag, technische installaties en andere utilitaire ruimten aan openbare zijden moeten verzorgd worden vormgegeven en moeten bijdragen aan een bij het gebouw en de omgeving passende uitstraling.
  • Rolluiken en andere beveiliging op de onderste lagen moeten minstens 80% transparant zijn, in de architectuur worden mee-ontworpen en aan de binnenzijde van de glazen pui worden bevestigd.
  • Reclame-uitingen moeten onderdeel zijn van de architectuur en mogen daarbij expressief, maar niet overheersend zijn.
  • Reclame-uitingen moeten de verschijningsvorm van het gebouw verrijken.

Aanbeveling

  • De buitenruimten rondom de gebouwen zijn vaak puur ingericht op verkeer en parkeren; door deze buitenruimtes in te richten op gebruiks- en belevingswaarde groeit de kwaliteit van de omgeving en wordt de samenhang binnen het gebied vergroot.
  • Buitenruimten behorend bij gebouwen, zoals entreepartijen, tuinen en terrassen, moeten bijdragen aan de hoge architectonische ambitie en allure uitstralen.
  • Buitenruimten moeten door hun vorm en inrichting bijdragen aan de sfeer van het totaal.
  • Hekwerken rondom gebouwen moeten vermeden worden om de relatie tussen gebouw en buitenruimte niet te frustreren.

Meer informatie